Drie van de vier!



Een onderzoekje van Trouw, het Nederlands Bijbelgenootschap, de Vrije Universiteit en de NCRV gaf vorige week aan dat het er matig voorstaat met het bezit van het best verkochte boek ter wereld, de bijbel. Ongeveer de helft van alle Nederlanders heeft er eentje in huis.

Een kleine, zeer onwetenschappelijke enquêtevan het Wetenschappelijk Bureau van Vriwa op de LC redactie leert, dat het daar heel anders is. De respons was formidabel. Van de 119 ondervraagde redactieleden reageerden er 105, een respons van 88 procent.

Opvallend is de non-participatie van het grootste deel van de sportredactie, waarvan de leden vermoedelijk allemaal wel ‘De Ontvoering van Heineken’ op de plank hebben staan, want dat lezen sporters ook altijd.

Van die 105 hebben er 27 geen bijbel, dus dik een kwart. Daar moet bij aangetekend worden, dat een enkeling er niet helemaal zeker van is, of hij of zij wel een bijbel heeft. Twee meenden, dat ze misschien een halve bijbel bezitten, zonder dat verder toe te lichten. De ene keer is dat als JA meegeteld, de andere keer als NEEN. Twee stagelopende journalisten hebben er elk ook een, net als een oud-secretaresse en een freelance-popmedewerker. Die zijn niet meegeteld, maar we melden het toch even.

Vermoedelijk bestaat er zoiets als de bewuste niet-bijbelbezitter. ,,Mijn grootouders geloofden in Domela’’, deelt een van de nietbezitters mee. Maar meestal volstaan ze met een bondig NEEN.

Wie wel een bijbel heeft, meldt daar steevast iets bij. Dat er wel een is, maar dat die ergens op zolder in een doos zit, bijvoorbeeld. Of dat ze er nooit in lezen.

Of ze melden juist, dat ze er wel drie hebben, een kinderbijbel meegerekend. Een enkeling pocht op een plank vol esoterica of op zijn minst een koran. Een redacteur bezit maar liefst twintig bijbels. Dus bij een andere onderzoeksmethodiek hadden we kunnen uitkomen op meer dan een bijbel gemiddeld per redacteur. Anderen bezitten kostbare boeken met mooi beslag, of hebben tot hun eigen verbazing een bijbel aangetroffen in de nalatenschap van hun atheïstische vader.

Een van de redactieleden bezit een Engelstalig zakbijbeltje ,,dat oom John bij zich droeg als steward/entertainer op de Holland-Amerikalijn, jaren vijftig en zestig, voor hij in de USA in de greep raakte van een rare sekte, zijn inmiddels goedlopend restaurant in Florida inclusief Ford Mustang cabrio (wit!) en de van oma-Rotterdam gekregen zilveren theelepeltjes, model Euromast, aan die sekte afstond en eindigde op de stoep voor het Witte Huis, waar hij aan passanten ongevraagd meedeelde   - gesteund door teksten in veel te kleine letters op borden die hij tegen de hekken van het White House plaatste - dat het einde der tijden nog deze week zou aanbreken, hetgeen hij jaren volhield waardoor dit bijbeltje voor ons, nu netjes op het tafeltje naast ons logeerbed gedeponeerd, zoals het mij als goed hotelier betaamt, een zekere curiositeitswaarde heeft.’’

 

Schijnbaar wetenschappelijke conclusies t.a.v. bijbelbezit bij de Leeuwarder Courant

1: sommige mensen van wie je dat niet verwacht, hebben geen bijbel
2: sommige mensen van wie je dat wel verwacht hebben ook geen bijbel
3: meer mensen dan je verwacht na het onderzoek van Trouw hebben een bijbel
4: de meeste mensen die in een vorig leven bij het Fries Dagblad hebben gewerkt behoren significant vaak tot groep 3
5: ook andere redacteuren horen daar best vaak toe
6: een enkeling is verrast door het eigen bijbelbezit
7: de bijbel wordt meer bezeten dan gelezen
8: sportredacteuren kunnen, met de vele vormen van vermaak die ze al hebben, de bijbel er niet meer bij gebruiken (voorlopige conclusie, nader onderzoek is geboden)

 

EEN REACTIE, DIE TOONT HOEZEER NADER ONDERZOEK GEBODEN IS

Het onderzoekje van Vriwa is niet alleen zeer onwetenschappelijk, bovenal is het zeer negatief. Daar waar U schrijft: `Opvallend is de non­participatie van het grootste deel van de sportredactie(..)', zou de volgende tekst passender en positiever zijn geweest: `Opvallend is de participatie van een klein deel der sportredactie, waar godzijdank niet iedereen `De ontvoering van Heineken' op de plank heeft staan.''

Dit wat betreft Uw benaderingswijze.

Nu de onthutsende, onthullende werkelijkheid, die Uw onderzoek volstrekt waardeloos maakt. Vijftig (50) procent (%) - de helft - van de sportredactie heeft aan U digitaal gerespondeerd over minimaal een (1) bijbel te beschikken. Hoezo, non­participatie?

Twee collegae hebben een (1) bijbel of zelfs meerdere exemplaren, doch hebben niet gerespondeerd. Ergo: tenminste zes (6) van de acht (8) sportredacteuren hebben het Boek der Boeken. (Een collega kon niet worden geenqueteerd wegens vakantie.) Simpel gerekend: vijfenzeventig (75) procent (%) van de sportredactie is bijbelbezitter. Hoezo, ontvoering van Heineken?

Conclusio: Uw onderzoekje is prutswerk, stemmingmakend gebroddel, heel erg natte vingerwerk. Een smet op het blazoen van Vriwa.

Mede namens de collegae:
Evert de Jong, sportredacteur en eigenaar van meerdere bijbelen, waaronder een (1) Fryske en een (1) Russische.